Historie

Onderstaand verhaal over de historie is geschreven door Mieke Schaap ter gelegenheid van het eeuwfeest van HPC.

Het archief van de zwemvereniging is in 2003 in bruikleen gegeven aan het Noord-Hollands Archief in Haarlem en is daar zodanig bewerkt en beschreven, dat het voor iedereen te raadplegen is. Voor meer informatie kijk op het Noordhollands archief

Het eerste waterpolo-zevental op het strand in Zandvoort, 1917

Oprichting

In het jaar 1914 nam het gemeentebestuur van Heemstede het besluit tot het inrichten van een zwemvijver op het landgoed Groenendaal. Al snel na het gereedkomen van het bad in juli 1915 was er grote belangstelling van jong en oud. Enkele jongelui vonden het leuk om met een bal te spelen in het water. Dit tot ongenoegen van de baantjes zwemmende ouderen. Zo’n bal werd als ‘lastig’ beschouwd. En voor de allereerste keer werd de wens uitgesproken om een waterpoloclub op te richten, zodat er op een vast uur met de bal gespeeld kon worden en andere zwemmers daar geen last van zouden hebben. Het duurde nog tot 1916 voordat dit initiatief ook daadwerkelijk van de grond kwam. Na het zwemfeest van 1916, vanaf het begin een jaarlijkse traditie met een dag lang wedstrijden en feestelijkheden, stak een groep jongelui de koppen bij elkaar en vormde een comité tot oprichting van een Heemsteedse zwemclub, met als doel zich te bekwamen in het zwemmen en dan voornamelijk in het polospel. De geboorte van de Heemsteedse Poloclub (HPC) vond plaats op de vergadering van 6 oktober 1916 in Het Wapen van Heemstede.

Dameszwemmen

Het oprichtingscomité had in de proclamatie gezet dat adhesiebetuigingen van dames gaarne werden ontvangen. De reden daarvoor was de flinke kostenbesparing die het mede-oprichten van een damespoloclub zou opleveren. Maar al in de eerste vergadering opperde het net benoemde HPC-bestuur om geen dames toe te laten, omdat de plaatselijke verordeningen van Heemstede gemengd zwemmen niet toestonden. Het tegenvoorstel, wel dames te accepteren als lid omdat de zwemvijver toch niet gelijktijdig open was voor dames en heren, werd echter aangenomen. Maar daarmee waren de problemen de wereld niet uit. Bij het zwemfeest van 1917 meldde een krant: ‘Wij hadden het echter beter gevonden indien geen dames aan deze vertoningen hadden deelgenomen.’ Ook het indelen van de oefenuren bracht heel wat zorgen met zich. Zo was het heren verboden om tijdens oefenuren van de dames het zwembad te betreden. Een hoge uitzondering werd gemaakt voor erevoorzitter dr. Droog. Het bezoek van zes dames aan een herenwaterpolowedstrijd werd door het zwembadbestuur zedenschokkend genoemd. Tot in 1936 zou de kwestie van het gemengd zwemmen spelen. Toen ging het bestuur van de zweminrichting overstag. Eén uur per week, op zondag, werd het zwembad opengesteld voor familiezwemmen: man en vrouw, vader en dochter, moeder en zoon, dat kon allemaal. Maar geen moeder en dochter. Waarop in de krant een grappige advertentie verscheen waarin een zoon gevraagd werd om mee te gaan zwemmen. Pas na de oorlog werd het gemengd zwemmen gewoon.

Eerste Heemsteedsche Courant, 12 juni 1936

Schaarste in oorlogstijd

De financiële zaken van de club gingen begin 1917 niet over rozen. Er was nog geen geld, maar de vader van penningmeester Kersten hielp zijn zoon uit de brand met een lening van 150 gulden. Een eigen oefenuur kregen de waterpoloërs nog niet toegewezen en het was onmogelijk een waterpolobal aan te schaffen; het was tenslotte oorlogstijd. Maar daar wist beschermheer burgemeester jhr. J.P.W. van Doorn raad op. Hij schonk twee voetballen. Toen ze wat later toch met een echte waterpolobal speelden ontlokte dat een van de spelers de uitroep: ‘Wat is zo’n bal glad!’

Op allerlei andere manieren werd geprobeerd om inkomsten te genereren. In 1918 was er een ware run op de chocoladerepen van Sikesz, ook wel Kwatta genoemd. De prijs was in een jaar tijd van 6 tot 16 cent gestegen. Daar zat best een handeltje voor de club in. Twee HPC’ers gingen op strooptocht en wisten al afdingend meer dan honderd repen voor de verkoop te bemachtigen. Als dank voor de moeite kregen ze elk één reep cadeau. Er was niet alleen weinig geld, er waren ook maar weinig goede spelers, omdat zoveel mannen gemobiliseerd waren. HPC werd dan ook wel spottend Het Prutsers Clubje genoemd.

HPC waterpoloploeg, Heren I, 1924

Twee leden en één bal

Het beheer van de zwemvijvers (vanaf 1917 waren het er twee) was in handen van de in 1916 opgerichte ‘Vereeniging tot Exploitatie van Eene Bad- en Zweminrichting’. Het bestuur van HPC wist vijf vaste oefenuren te verkrijgen, drie voor heren en twee voor dames. De waterpoloërs leerden van de Haarlemse zwemclub HVGB de spelregels en werden in 1918 door de uit Zaandam aangetrokken heer Pesie bijgeschoold. De winterstop 1918/1919 was echter bijna de doodsteek voor de vereniging. Een leegloop uit het bestuur zorgde ervoor dat mejuffrouw Vliehoff alleen achter bleef als bestuurslid. Ook waterpolotrainer Pesie hield het voor gezien. Maar een kleine groep spelers gaf het niet op en bleef oefenen. Het ledenaantal slonk echter snel en het dieptepunt werd bereikt in 1921, toen slechts twee leden en één polobal over waren. En die bal wisten ze tijdens een partijtje in het Spaarne nog kwijt te raken ook…

De gebroeders Molenaar zetten de schouders eronder en organiseerden een heroprichtingsvergadering. Vanaf dat moment braken er gouden tijden aan. In 1922 werden er vriendschappelijke wedstrijden waterpolo gespeeld onder de naam HPC en in 1923 waren er twee poloteams. Heren I kwam uit in de derde klasse van de bondscompetitie en wist meteen te promoveren. Heren II speelde in de Haarlemse competitie. Ook het wedstrijdzwemmen kwam in 1923 op gang. De eerste 1 km-wedstrijd organiseerde HPC in de Van Merlenvaart. Zwemmer Guus Braam won deze wedstrijd en zette daarmee zijn naam op de kaart. De vereniging floreerde en boekte successen. Heren I eindigde steeds in de bovenste regionen van de bondscompetitie en in 1939 volgde promotie naar de hoofdklasse.

Rondom de Tweede Wereldoorlog

Zwemmer Guus Braam won vele medailles, zowel nationaal als internationaal, met name op de wat langere nummers. De snelle tijden van Guus werkten aanstekelijk en al spoedig werd een estafetteploeg gevormd met Guus Braam, Joop Uitendaal, Jan van Zadel en Bertus Mooi. Ze veroverden menig Nederlands kampioenschap op de 4×100 en 4×200 meter vrije slag. In later jaren werden Uitendaal en Van Zadel vervangen door Addie Sipkema en Charles Kemper. Mooi en Sipkema deden het nationaal zeer goed. Mooi verbeterde het Nederlands record op de 100 meter vrije slag en ging naar de Olympische Spelen in Berlijn (1936). Sipkema verbeterde het Nederlands record op de 200 meter vrije slag.

Bij het aanbreken van de Tweede Wereldoorlog kwam HPC in een nieuwe crisis. Het ledenaantal was fors gedaald en in 1939 zat de vereniging zonder voorzitter. De heer P. Colder nam in 1940 de voorzittersrol op zich, maar stopte hier al na een jaar mee. Guus Braam nam het over en wist HPC goed door de oorlog te loodsen. In 1944 haalde HPC zelfs het hoogste aantal punten op het Nederlands kampioenschap. Frits de Geest werd kampioen op de 400 meter vrije slag en de 100 meter rugslag en Nico van de Voort werd kampioen schoonspringen.

In de bestuursvergadering van 10 januari 1944 stonden de moeilijkheden in het Sportfondsenbad in Haarlem p de agenda. Deze waren van dien aard dat de vrouw van de voorzitter zich terugtrok, net als het vrouwelijke bestuurslid mejuffrouw Amols. Het bleek dat enkele HPC’ers, ondanks diverse waarschuwingen, naakt hadden rondgelopen en geweigerd hadden om zich om te kleden in de kleedhokjes. Toen ze door het badpersoneel waren aangesproken op dit gedrag, hadden ze zich onhebbelijk gedragen. Deze affaire leidde tot een tijdelijke schorsing van enkele HPC’ers. Dat de heren van HPC het wel vaker niet zo nauw met de kledingvoorschriften namen, blijkt uit een verslag van een waterpolowedstrijd waarin gemeld wordt dat enkele HPC’ers naakt aan de wedstrijd hadden deelgenomen.

12 juli 1936, HPC kampioen 4x200 meter vrije slag. V.l.n.r. Ten Hacken, Kemper, Sipkema en Mooi. De winnende tijd was 10 minuten en 11,08 seconden
Waterpolowedstrijd in de zwemvijver van Groenendaal
Juni 1940, start van de 1000 meter schoolslag heren in de Van Merlenvaart
Estafetteploeg 4x100 meter vrije slag bij het vestigen van het Nederlands record op 22 april 1953. Staand Jan Bouwman, Joris Tjebbes, zittend Wim Geurtsen en Ruud Prins

Herstel en successen

Na de bevrijding verloor HPC veel prominente zwemmers die elders gingen wonen. Marius Mauritz en Jan van Zadel leidden jongeren op tot nieuwe succesvolle zwemmers, van wie Wim Geurtsen, Joris Tjebbes, Jan Bouwman en Rudi Prins de opvolgers werden van de illustere estafetteploeg uit de jaren dertig. Tjebbes was tevens de eerste HPC’er, en de tweede Nederlander, die onder de minuut dook op de 100 meter vrije slag. Hij kwam uit op de Olympische Spelen van 1952 in Helsinki. Datzelfde jaar werd HPC-clubkampioen van Nederland.

Wim Geurtsen nam eind jaren veertig het trainersstokje over en boekte vele nationale en internationale successen met zijn zwemmers. Hij was een van de succesvolste Nederlandse zwemtrainers door zijn op techniek gerichte trainingen en zijn mentale begeleiding. Onder zijn leiding groeide HPC uit tot een zwembolwerk in Nederland. Vele malen behaalde HPC de eerste plaats in de zwemcompetitie en won ettelijke keren bij nationale winterclubkampioenschappen. Niet alle topzwemmers van trainer Geurtsen namen deel aan de Spelen. Zo moest Paula van Eijk de Spelen van 1976 wegens ziekte afzeggen.

In 1984 kwamen maar liefst vier HPC’ers uit op de Olympische Spelen in Los Angeles: Petra Hillenius, Gérard de Kort, Hans Kroes en Brigitte van der Lans. De andere olympiërs van HPC waren Bertus Mooi (1936), Joris Tjebbes(1952), Jan Bouwman (1960), Johan Bontekoe (1964), Marjan Janus (1968), Abdul Karim Ressang (1976) en Manon Masseurs (1996).

1952: HPC Clubkampioen van Nederland

Schoonspringen en kunstzwemmen

In 1925 werd bij de zwemvijver een driemeterspringtoren gebouwd en werd het bad op die plaats tot drie meter uitgediept. Ook kwam er een nieuwe éénmeterspringplank. Datzelfde jaar in augustus was HPC de gastheer van het nationaal kampioenschap schoonspringen voor dames en heren. Kunstzwemmen, tegenwoordig synchroonzwemmen genoemd, kwam pas veel later. In 1969 (de club was inmiddels verhuisd naar het in 1965 geopende zwembad Groenendaal aan de Sportparklaan) werd gesproken over het opvullen van de lege uren met kunstzwemmen. Hiervoor bleek toen nog te weinig belangstelling te zijn. Maar sinds eind jaren zeventig heeft HPC lang een bloeiende kunstzwemafdeling gehad, waar in 2015 een einde aan is gekomen.

Afbeeldingen: Schoonspringen vanaf de éénmeter- en de driemeterplank. Waarschijnlijk eind jaren ’20

Kaart uit 1953. De zwemvijvers (A) lagen aan de Glipperweg, tegen de begraafplaats aan. Het openluchtbad van het latere zwembad Groenendaal is op deze kaart al ingetekend (zomerbad in aanleg, B). Het overdekte zwembad aan de Sportparklaan werd in 1965 geopend, de zwemvijvers werden in 1966 gesloten en vervolgens gedempt. Het terrein werd bij de begraafplaats getrokken
Het clubblad bij het veertigjarig bestaan in 1956, met prominent reclame voor de spaaractie van de winkeliersvereniging
Het clubblad bij het 50-jarig bestaan in 1966
De trainer van HPC, Wim Geurtsen, met een deel van de selectieploeg in zwembad Groenendaal, 1977